Blogserie Wbtr deel 6 Ontslaggronden

Blogserie Wbtr deel 6

Op 1 juli 2021 is de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (Wbtr) in werking getreden. Deze wet beoogt de wettelijke regeling voor bestuur en toezicht bij de verschillende soorten rechtspersonen aan te vullen en te verduidelijken. De wet is daarbij met name gericht op verbetering van het wettelijke kader voor de vereniging, de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij en de stichting. Veel zorgaanbieders leveren zorg vanuit stichtingen en coöperaties. Om die reden zetten wij in een serie blogs voor u een aantal onderdelen van de Wbtr op een rij.

Vandaag deel 6 over de verruiming van de gronden voor het ontslag van bestuurders en toezichthouders bij stichtingen.

Ontslag van een bestuurder of toezichthouder bij stichtingen
De vereniging, de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij beschikken over leden. In de statuten is meestal geregeld dat de algemene ledenvergadering bevoegd is om bestuurders te ontslaan.

Een stichting kent geen leden. Veel zorginstellingen die stichting zijn, beschikken over een raad van toezicht. De raad van toezicht is dan in de meeste gevallen op grond van de statuten bevoegd om bestuurders en mede-toezichthouders te benoemen en te ontslaan. Indien de zorginstelling die stichting is echter niet beschikt over een raad van toezicht, werkt dat anders. Voor het ontslag van een bestuurder, moet een belanghebbende of het openbaar ministerie naar de rechtbank. Dat was voor de inwerkingtreding van de Wbtr ook al zo. De mogelijkheden voor ontslag waren toen echter redelijk beperkt: enkel in geval van (financieel) wanbeheer of het niet voldoen aan een rechterlijk bevel, had de rechtbank de mogelijkheid om een bestuurder of toezichthouder te ontslaan. Uit de rechtspraak volgde dat deze normen streng werden getoetst. In de praktijk kon het dus nogal eens lastig zijn om afscheid te nemen van een bestuurder (of toezichthouder).

Wat is er nieuw onder de Wbtr?
De Wbtr verruimt de ontslaggronden voor de rechtbank. In de volgende gevallen kan de rechtbank nu een bestuurder of toezichthouder van een stichting ontslaan:

  • indien de bestuurder of toezichthouder zijn/haar taak verwaarloost;

  • indien er andere gewichtige redenen zijn;

  • indien er een ingrijpende wijziging van de omstandigheden is, op grond waarvan het in functie blijven niet langer geduld kan worden;

  • indien de bestuurder niet of niet behoorlijk voldoet aan een opgelegd bevel van de voorzieningenrechter.

Indien de rechtbank een onderzoek start, kunnen er in de tussentijd voorlopige voorzieningen in het bestuur of de raad van toezicht worden getroffen. Zo kan de rechtbank besluiten om de betreffende bestuurder of toezichthouder gedurende het onderzoek te schorsen en voor die periode een tijdelijke bestuurder of toezichthouder te benoemen.

Belangrijk is verder nog dat indien de bestuurder of toezichthouder door de rechtbank wordt ontslagen én hem/haar een ernstig verwijt kan worden gemaakt, deze persoon gedurende een periode van vijf jaar na het ontslag niet nogmaals bestuurder of toezichthouder van een andere stichting worden. Dit uiteraard om herhaling te voorkomen.

Blogserie Wbtr
Deze blog is onderdeel van een serie waarbij we de volgende onderdelen van de Wbtr voor u op een rij zetten:

  1. Aansprakelijkheid van bestuur en toezichthouder

  2. Statutaire regeling voor de afwezigheid van bestuurders en toezichthouders

  3. Raad van Commissarissen/Raad van Toezicht

  4. Tegenstrijdig belang

  5. Meervoudig stemrecht

  6. Ontslaggronden

 

Wilt u meer weten over deze blog of de andere blogs uit deze reeks, dan kunt u contact opnemen met Jolijn Geven, Catelijne Bach of één van de andere leden van ons brancheteam Zorg.

Deze blog bevat algemene informatie en is met veel aandacht en zorgvuldigheid geschreven. Juridisch advies is echter altijd maatwerk. Wint u dus in een voorkomend geval altijd deskundig juridisch advies in. (Lees onze disclaimer).

Jolijn Geven

Advocaat

AdvocaatNeem contact op