Dispute resolution

Wat verandert er voor civiele procedures tussen burgers en bedrijven?

Op het gebied van grensoverschrijdend procederen bestaat vrij veel EU-wetgeving. Daarin worden kwesties geregeld zoals:

  • aan de rechter van welke lidstaat moet een geschil worden voorgelegd,
  • welk recht op een grensoverschrijdend geschil van toepassing is en
  • hoe een beslissing van de ene rechter in een andere lidstaat kan worden erkend en ten uitvoer gelegd.

Vanaf 1 januari 2021 gelden deze EU-regels niet langer voor het Verenigd Koninkrijk. In het akkoord dat eind december is bereikt zijn hierover ook geen specifieke afspraken opgenomen. Maar dit hoeft niet per se tot een juridisch vacuüm te leiden.

Afspraken
Allereerst heeft het VK in het Terugtredingsakkoord afspraken gemaakt voor procedures die in de overgangsperiode, dus vóór 31 december 2020, zijn gestart of afgerond. Daarnaast gelden er op dit terrein diverse internationale verdragen waarvan het VK lid is of lid kan worden (zoals de Haagse Conventie inzake bedingen van forumkeuze en het Verdrag van Lugano). Als zo’n internationale regeling ontbreekt, worden deze onderwerpen geregeld door het nationale recht, maar dat kan eenzelfde resultaat opleveren. Een keuze voor een bepaalde rechter zal ook naar nationaal recht in beginsel gerespecteerd worden. Bovendien zal de Nederlandse rechter het toepasselijk recht blijven bepalen aan de hand van de betreffende EU-verordeningen. Nederland rekent die verordeningen namelijk tot het nationale recht. Een rechtskeuze die voldoet aan de eisen uit de Rome I of Rome II-verordening, zal daarom nog steeds worden geaccepteerd.

Arbritage misschien een optie
Zowel het VK als Nederland is aangesloten bij het Verdrag van New York. Dat Verdrag regelt de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale beslissingen en geldt onverkort. Het is dus een optie om met een partij uit het VK arbitrage af te spreken in plaats van een overheidsrechter aan te zoeken.